ACTUEEL

Rechtsbescherming tegen overheid is essentieel – De Tijd

Leo Neels schrijft in De Tijd van 30 augustus 2018 dat het bestuursrecht moet veranderen. In wezen pleit hij voor de afschaffing van de rechtsstaat en is zijn pleidooi gebaseerd op gratuite en ongecontroleerde aannames.

De rechtsbescherming tegen overheidsbeslissingen, zoals vergunningsbeslissingen, maakt een wezenlijk onderdeel uit van de scheiding der machten. Wie kritiek uit op de rechtsbescherming tegen de overheid, uit in wezen kritiek op het principe van de scheiding der machten en pleit voor een ongecontroleerde uitoefening van de uitvoerende macht. Rechtsbescherming is erop gericht willekeur, belangenvermenging en dus onwettigheid tegen te gaan. Het is (historisch en actueel) gebleken dat sommige overheden inderdaad een neiging tot willekeur en belangenvermenging vertonen. Als de wet moet gelden voor elk bedrijf, elke particulier waarvan de vergunningsaanvraag wat minder in de kijker loopt als die van grote projecten, dan moet de wet ook gelden voor die grote projecten.

Neels schrijft dat het Omgevingsvergunningsdecreet binnenkort in werking treedt. Welnu, het omgevingsdecreet is reeds enige tijd in werking getreden. Het telt samen met het uitvoeringsbesluit meer dan 1.000 nieuwe artikelen. Al wie in de praktijk staat, en vooral de aanvragers van een vergunning, weten welke ellende die nieuwe en complexe regelgeving elk dag met zich meebrengt.

Bijzonder grondig

Neels schrijft dat de bestuursrechters in een schorsingsprocedure enkel een prima facie indruk van de argumenten ‘opdoen’. Hij wekt daarmee de indruk dat dergelijke beslissingen arbitrair zouden zijn. Welnu, de beoordeling prima facie door de bestuursrechters van de Raad van State en van de Raad voor Vergunningsbetwistingen verloopt bijzonder grondig, zeker in vergelijking met de primafaciebeoordeling waarop de opinie van Neels is gesteund. Er zijn immers heel weinig gevallen bekend waarin de primafaciebeoordeling in kort geding in een procedure ten gronde moet worden gecorrigeerd.

Neels schrijft dat er geen vaste rechtspraak zou zijn. Dat is niet correct. Immers, wie de rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en van de Raad van State van iets meer nabij bekijkt, kan duidelijke vaste lijnen ontwaren, wat onderzoekers algemeen en uitdrukkelijk erkennen. Dat betekent dat alle betrokken partijen hun gedragingen op deze vaste rechtspraak kunnen afstemmen, ten minste als ze daartoe bereid zijn.

Neels schrijft dat de bestuursrechters geen rekening houden met ‘het belang van het land en de economie’. Dat is niet correct. Elke rechter in kort geding kan, als de partijen dat vragen, een afweging van alle betrokken belangen doorvoeren. Dat is al decennia de praktijk en is intussen ook al jaren in de wet verankerd.

Algemeen belang

Neels schrijft dat burgers moeten beseffen dat hun legitieme rechten of hun rechtmatige belangen kunnen worden ingeperkt in het algemeen belang. Welnu, het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat er geen rechtsbeginsel bestaat op grond waarvan het algemeen belang zou primeren op het privaat belang. Los daarvan zijn er tal van legitieme overheidsinstrumenten die rechten van burgers kunnen beperken (zoals onteigening of publiekrechtelijke erfdienstbaarheid). Echter, de rechtsbescherming van de overheid gaat over overheden die de wet schenden, die het recht niet respecteren. Als men ervoor pleit dat dergelijke overheden ongebreideld, met de voeten vooruit, hun zin mogen doen, pleit men in essentie voor de afschaffing van de rechtsstaat.

Neels schrijft dat lagere overheden de beslissingen van hogere overheden kunnen aanvechten en dat dat lijkt op misbruik van recht. Dat is niet correct. Rechtsmisbruik is duidelijk gedefinieerd door het Hof van Cassatie als het derwijze aanwenden van een recht dat het nagestreefde eigen voordeel buitenproportioneel kleiner is dan het nadeel van andere partijen. Dat heeft met deze kwestie niks te maken. ‘Lagere’ overheden staan veel dichter bij het project dan ‘hogere overheden’. En inderdaad: wat politiek niet kan worden bereikt, kan via gerechtelijke weg worden afgedwongen. Opnieuw is dat een basisregel van de democratische rechtsstaat en van de scheiding der machten. Als men daar problemen mee heeft, moet men duidelijk kleur bekennen. Men vindt zonder twijfel medestanders in Rusland, Turkije, Polen en Hongarije.

Neels schrijft dat het bestuursrecht moet veranderen omdat ‘elk aspect van een dossier moet worden onderzoek: uitstoot, water, fauna, flora…’ Welnu, via een democratisch proces van besluitvorming hebben de leden van het Europees Parlement en van het Vlaams Parlement ervoor gekozen om onze omgeving, het milieu, te beschermen. Omdat die omgeving (en dus onze gezondheid) zwaar onder druk staat, zijn veel regels nodig. Het pleidooi van Neels is in wezen een pleidooi voor de afschaffing van de Europeesrechtelijke en Vlaamse bescherming van het leefmilieu en het erfgoed in de meest brede zin van het woord.

Buurtbewoner

Neels schrijft dat de bouw van de parking is stilgelegd na een verzoekschrift van een buurtbewoner. Dat is niet correct. De bouw van de parking is stilgelegd na tussenkomst van drie rechterlijke uitspraken die tot stand zijn gekomen na een uitgebreid schriftelijk en mondeling debat waarin alle partijen hun standpunt hebben kunnen verdedigen. De verleende vergunning werd onwettig bevonden. Neels moet de inwoners van dit land eens bevragen naar de vaak jarenlange ellende die zij ervaren met het bekomen van vergunningen of met pesterijen wegens kleine en onbelangrijke bouwmisdrijven. Men mag in een democratie verwachten dat men dezelfde maten en gewichten gebruikt.

De opinie van Neels is minder onschuldig dan ze lijkt. Ze draagt bij aan het bashen van (bestuurs)rechters en van individuen die de Europeesrechtelijke, grondwettelijke en Vlaamse bepalingen in de praktijk gerespecteerd willen zien. Dat bashen lijkt in een strategie te passen die alleen maar gericht is op de afbouw van grondwettelijk beschermde rechten als eigendom en gezondheidt.

Prof. dr. Leo Neels tekent zijn opinie met ‘CEO Itinera’. Op de website van Itinera staat te lezen: “Itinera heeft geen macht. We zijn geen lobbygroep. We willen alleen het debat helpen en inspireren. Onbaatzuchtig. Itinera doet niet aan belangenbehartiging, is geen consultant en werkt niet op ‘bestelling’.’

De geloofwaardigheid van de denktank rust geheel op zijn onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid blijkt uit de kwaliteit van de studies en rapporten, die uitsluitend voor de rekening van de fellows zijn, de onderzoek(st)ers van Itinera die in totale intellectuele vrijheid hun onderzoeken en studies concipiëren en redigeren.’

Men mag een mening hebben, en men mag van mening verschillen, maar enige intellectuele eerlijkheid en enig reëel onderzoek naar de werkelijkheid zijn wel vereist.

Deel via