ACTUEEL
- Opinie
- gepubliceerd in De Tijd
Dat een minister van Justitie ‘niet opgezet is’ met de beslissing van haar collega’s over de inzet van militairen aan Joodse instellingen is eigenaardig. Het kan alleen maar worden begrepen als je weet dat de minister de zaak had gekoppeld aan een oplossing voor de gevangenen die op de grond moeten slapen door de structurele en onwettige overbevolking in Belgische gevangenissen. De militairen werden ingezet, maar voor de grondslapers in de gevangenis kwam er geen oplossing. Commentaren over het isolement van de minister van Justitie in de federale regering volgden. Maar daarover moet het niet gaan.
Dat een cruciaal onderdeel van onze rechtsstaat, de rechtmatige uitvoering van rechterlijke straffen, zo openlijk deel uitmaakt van een politieke koehandel, is ronduit absurd en zorgwekkend. In januari liet procureur-generaal Guido Vermeiren optekenen dat we afstevenen op het failliet van de rechtsstaat. Hoewel dag in, dag uit talloze actoren van justitie het beste van zichzelf geven, moeten we onder ogen zien dat de fundamenten van de rechtsstaat langzaam maar zeker afbrokkelen, en al deels verdwenen zijn.
De grondslapers zijn slechts een symbool van de structurele en jarenlange politieke verwaarlozing van justitie. De digitalisering ervan faalt, er zijn te weinig mensen en middelen, gebouwen verkrotten, tal van misdrijven worden niet meer vervolgd en op veel hoogtechnologisch georganiseerde criminele exploten heeft justitie geen adequaat antwoord.
Dit is niet de verantwoordelijkheid van deze of gene minister van Justitie, maar van een hele politieke klasse. Het justitieel systeem was kennelijk nooit de moeite waard om er de aandacht en middelen aan te besteden die het nodig heeft.
Maar justitie staat in haar essentie niet toe dat ze op welk niveau dan ook wordt gepolitiseerd. Justitiebeleid mag niet afhankelijk zijn van de accidentele politieke slagkracht van een individuele justitieminister.
Justitie is namelijk onvergelijkbaar met elke andere ministeriële bevoegdheid. Justitie (of de ‘rechterlijke macht’) is een staatsmacht, evenwaardig aan de wetgevende macht (het parlement) en de uitvoerende macht (de regering). Dat justitie onder de bevoegdheid valt van één minister is daarom een historische anomalie die ons tot deze situatie heeft gebracht. Het ambt van minister van Justitie moet daarom worden afgeschaft. Justitie moet van haar minister worden bevrijd, en de minister van justitie.
Het wordt tijd dat de politieke elite als geheel verantwoording aflegt tegenover de hele samenleving en tegenover alle actoren van justitie. In het bijzonder wie op de goede werking van justitie moet kunnen rekenen, of het hele Belgische volk. De volledige regering, of minstens het kernkabinet, moet de verantwoordelijkheid nemen over de rechtsstaat, met de eerste minister als woordvoerder. Daarbij is het aangewezen ook de oppositie zoveel mogelijk te betrekken, en vooral te bogen op de enorme expertise die in het veld bestaat. Alleen zo is continuïteit van een justitiebeleid mogelijk over de legislaturen van de federale regering heen. Alleen zo kan justitie de aandacht en de middelen krijgen die de rechtsstaat nodig heeft.
Als justitie nog langer het voorwerp uitmaakt van openlijk politiek getouwtrek, wordt niet alleen het belang ervan gedevalueerd, maar komen we binnen afzienbare tijd terecht in een context die vergelijkbaar is met de internationale (wan)orde, waar alleen het recht van de sterkste geldt. Eigenrichting, parallelle rechtssystemen, lynchpartijen, gewapende burgerwachten… worden dan niet ondenkbaar. Als de rechtsstaat niet werkt, is samenleven gewoonweg niet mogelijk. Veiligheid en openbare orde, vrije handel, vrije meningsuiting, vrij onderwijs en onafhankelijke rechtspraak zullen dan tot een ver verleden behoren.