ACTUEEL
- Opinie
- gepubliceerd in De Tijd
De regering wil de vergoeding voor een eventuele onteigening van de kerncentrales zelf berekenen. Daarmee bevindt het energieconcern Engie zich in goed gezelschap: dat van alle eigenaars die de overheid kaalplukt.
Op basis van wat ze zelf denkt dat fair is.β Zo zou de federale regering de vergoeding berekenen als ze de Belgische kerncentrales gedwongen nationaliseert, berichtte deze krant. De onderhandelingen met uitbater Engie zitten vast. Komt er tegen 4 november geen akkoord, dan liggen wetteksten klaar voor een soort van onteigening, waarbij de overheid weliswaar niet van plan is een billijke vergoeding te betalen, maar een vergoeding die ze zelf heeft vastgesteld.
Dat een overheid begint te dreigen wanneer onderhandelingen vastlopen, gebeurt wel vaker. In onderhandelingen over eigendom laat de overheid nu eenmaal haar ware aard zien: ze intimideert, ze dreigt en ze schuift de meest elementaire principes van rechtsbescherming en vergoeding laconiek opzij.
Speler en scheidsrechter
Artikel 16 van de grondwet is nochtans duidelijk: βNiemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.β Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens eist bovendien dat die vergoeding in een redelijke verhouding staat tot de waarde van wat wordt afgenomen.
Die essentiΓ«le regel beschermt de eigenaar, die niet zonder vergoeding kan worden beroofd van wat hij heeft opgebouwd. Maar hij beschermt ook de samenleving tegen een overheid die neemt zonder correct af te rekenen: wie wil nemen, moet betalen, en moet zich dus eerst afvragen of het algemeen belang die prijs wel waard is. Een overheid die zelf de prijs bepaalt van wat ze neemt, is speler en scheidsrechter tegelijk. Een flagrante schending van de democratische rechtsstaat.
Bovendien gelden de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel, ook voor de overheid. Eerst legde ze de kernuitstap bij wet vast. Daarna vroeg ze Engie om Doel 4 en Tihange 3 tien jaar langer open te houden en incasseerde ze 15 miljard euro voor de kosten van het kernafval. Nu dreigt ze met onteigening. Een betrouwbare partner ziet er anders uit.
Β
Collectivisme
Engie bevindt zich in goed gezelschap. De landbouwer zag zijn grond geruisloos ontwaard worden tot natuurgebied, om daarna tegen die lagere waarde uitgekocht te worden. De eigenaar van een tweede verblijf ziet de gemeentelijke belasting op zijn woning almaar stijgen: hij woont er niet, dus hij stemt er ook niet. Wie een stuk grond bezit, ziet de waarde ervan niet zelden verdampen door een bestemmingswijziging of een bouwverbod, zonder of tegen een karige vergoeding. Op elk bestuursniveau wordt de eigenaar geconfronteerd met (hogere) belastingen dan wel eigendomsbeperkende maatregelen. De overheid plukt eigenaars kaal.
Dat is natuurlijk niet toevallig. Een onderneming kan verhuizen en een belegger kan zijn geld elders onderbrengen, maar een eigenaar kan eenvoudigweg niet vluchten. Grond of gebouwen neem je niet mee naar een buitenland, een kerncentrale al helemaal niet. De eigenaar is daarom het meest kwetsbaar voor ontnemend overheidshandelen. Een multinational is als eigenaar van een kerncentrale even weerloos als de boer in de Kempen.
Langzaam maar zeker wordt de eigenaar herleid tot een horige op zijn eigen grond, die er mag blijven zolang het de heer belieft. Het is een overheidsopvatting die aansluit bij de (linkse) overtuiging dat eigendomsrecht niet bestaat, en dat wie wij eigenaars noemen gewoon over een tijdelijk en precair recht beschikken om te gebruiken wat in essentie altijd van de overheid geweest is, en het altijd zal blijven. Een regering die zelf de prijs vastlegt van wat ze neemt, is niet meer of minder dan een collectivistische en etatistische regering.
Β
Rechter
Het enige antwoord voor de eigenaar die op de grenzen van de redelijkheid van de overheid stuit, is een goed werkende rechter. Een onafhankelijke en onpartijdige rechter die zich niet ziet als helper van de overheid, maar als bewaker tegen onrechtmatig overheidsoptreden. Een rechter die op basis van een technische en objectieve analyse de vergoeding bepaalt in functie van wat de eigenaar verliest, en de beginselen van behoorlijk bestuur toepast als wat ze zijn: wettelijke normen.
Dan moet die rechter er wel zijn, met de kennis, de tijd en de middelen die daarvoor nodig zijn. Een overheid die haar greep op eigendom almaar verstevigt en tegelijk justitie al jarenlang en structureel verwaarloost, zet de eigenaar twee keer in de kou. Je zou bijna gaan denken dat de verwaarlozing van justitie geen toeval is.